- Ontwikkeld op basis van de Beleidskaart Burgerschapsonderwijs van IKC Beverwijk (november 2025) en de drie thema’s uit jullie leerlijn.
- Opgebouwd uit vier delen die gedurende het jaar verspreid worden afgenomen — dit voorkomt toetsmoeheid en sluit aan op de lescyclus. Elk deel duurt naar verwachting tien tot vijftien minuten.
- Per deel drie vraagtypen: kennis (3-puntsschaal), houding (3-puntsschaal) en vaardigheid (open). Elk deel sluit af met een korte reflectievraag.
- Twee versies per deel: middenbouw (groep 5/6, 1F) en bovenbouw (groep 7/8). De leerkracht beslist op leerlingniveau welke versie passend is; vragen mogen altijd worden voorgelezen.
| Deel | Titel | Beleidsplan-thema | Wanneer afnemen |
|---|---|---|---|
| 1 | Onze klas, onze regels | Democratische oefenplaats | Juni 2026 — pilot / nulmeting |
| 2 | Iedereen mag erbij horen | Samenleven in een democratische rechtsstaat — diversiteit & inclusie | November 2026 — na de Gouden Weken |
| 3 | Meepraten en meedoen | Samenleven in een democratische rechtsstaat — democratie & basiswaarden | Februari/maart 2027 — rond de Zilveren Weken |
| 4 | Helpen en initiatief nemen | Democratische & maatschappelijke betrokkenheid | Juni 2027 — eindmeting |
- Het beleidsplan kent drie hoofdthema’s. Het tweede thema (‘Samenleven in een democratische rechtsstaat’) is in twee delen geknipt, omdat het twee accenten kent: enerzijds diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie (deel 2), anderzijds democratie, meningsvorming en basiswaarden (deel 3).
- Deze splitsing past bij de schoolfocus van IKC Beverwijk op diversiteit en respect.
Lees iedere vraag rustig voor. Geef leerlingen tijd om na te denken. Vraagonderdelen mogen ook mondeling worden afgenomen als dat helpt.
- Ik weet welke afspraken in onze klas gelden.
- Ik weet waarom we regels op school nodig hebben.
- Ik weet wat ik kan doen als er ruzie in de klas is.
- Ik weet wat het woord ‘inspraak’ betekent (mogen meepraten over wat er gebeurt).
- Ik vind het belangrijk dat iedereen in de klas wordt gehoord.
- Ik vind het belangrijk dat we ons aan de afspraken houden.
- Ik luister naar wat een ander te zeggen heeft, ook als ik het er niet mee eens ben.
- Ik vind het normaal dat dezelfde regels gelden voor iedereen.
- Schrijf één afspraak op die in jouw klas geldt. Waarom is deze afspraak belangrijk?
- Vertel: wat doe jij als twee klasgenoten ruzie hebben?
- Wat vond je van deze vragen? (bijv.: makkelijk, moeilijk, leuk, saai)
- Waar wil je meer over leren?
Lees vragen indien nodig voor of laat zelfstandig invullen. De open vragen mogen kort en in eigen woorden worden beantwoord.
- Ik weet welke afspraken in onze klas en op school gelden.
- Ik weet waarom afspraken nodig zijn in een groep.
- Ik weet wat ik kan doen om een ruzie op te lossen.
- Ik weet hoe de leerlingenraad bij ons op school werkt.
- Ik weet dat school een oefenplek is voor het echte leven.
- Ik voel mij medeverantwoordelijk voor een fijne sfeer in de klas.
- Ik vind het belangrijk dat ik mij aan de afspraken houd.
- Ik vind het mijn taak om iets te zeggen als iemand wordt buitengesloten.
- Ik vind het belangrijk dat iedereen in de klas zich veilig voelt.
- Ik vind dat dezelfde regels voor iedereen moeten gelden.
- Schrijf op: stel je voor dat klasgenoten zich niet aan de afspraken houden. Wat zou jij dan zeggen of doen?
- Beschrijf een keer dat je samen met klasgenoten een probleem hebt opgelost. Wat ging goed? Wat was lastig?
- Wat vond je van deze vragen? (bijv.: makkelijk, moeilijk, leuk, saai)
- Waar wil je meer over leren?
Lees iedere vraag rustig voor. Geef leerlingen tijd om na te denken. Vraagonderdelen mogen ook mondeling worden afgenomen als dat helpt.
- Ik weet dat mensen kunnen verschillen in waar ze vandaan komen.
- Ik weet dat mensen verschillende geloven en feesten kunnen hebben.
- Ik weet wat het woord ‘gelijkwaardig’ betekent (iedereen telt evenveel mee).
- Ik weet dat het niet eerlijk is om iemand niet mee te laten doen omdat hij of zij anders is.
- Ik vind dat iedereen erbij mag horen.
- Ik vind het leuk om iets te leren over andere culturen of geloven.
- Ik kan goed opschieten met iemand die heel anders is dan ik.
- Ik vind dat jongens en meisjes dezelfde kansen moeten krijgen.
- Noem één ding dat anders is bij jou thuis dan bij een vriend(in). Hoe gaan jullie daarmee om?
- Schrijf op: een klasgenoot wordt niet meegevraagd om mee te spelen. Wat zou jij doen?
- Wat vond je van deze vragen? (bijv.: makkelijk, moeilijk, leuk, saai)
- Waar wil je meer over leren?
Lees vragen indien nodig voor of laat zelfstandig invullen. De open vragen mogen kort en in eigen woorden worden beantwoord.
- Ik weet wat het woord ‘discriminatie’ betekent (iemand minder behandelen om wie hij is).
- Ik weet dat alle kinderen op de wereld dezelfde kinderrechten hebben.
- Ik weet wat het woord ‘gelijkwaardig’ betekent.
- Ik weet dat mensen kunnen verschillen in geloof, taal en gewoontes.
- Ik weet dat je iemand kunt kwetsen door iets te zeggen over zijn afkomst, geloof of uiterlijk.
- Ik vind dat iedereen erbij mag horen, ook als hij of zij anders is dan ik.
- Ik vind het belangrijk om respectvol om te gaan met mensen die anders denken of geloven.
- Ik vind dat jongens en meisjes dezelfde kansen moeten krijgen.
- Ik durf iets te zeggen als ik zie dat iemand wordt uitgesloten of gepest om wie hij is.
- Ik vind dat ik mag laten zien wie ik ben, ook als anderen dat anders doen.
- Geef een voorbeeld van iets wat oneerlijk is om over iemand te zeggen. Waarom is dat niet oké?
- Beschrijf: een groepje praat over iemand omdat hij een ander geloof heeft. Wat zou jij doen of zeggen?
- Wat vond je van deze vragen? (bijv.: makkelijk, moeilijk, leuk, saai)
- Waar wil je meer over leren?
Lees iedere vraag rustig voor. Geef leerlingen tijd om na te denken. Vraagonderdelen mogen ook mondeling worden afgenomen als dat helpt.
- Ik weet wat het woord ‘democratie’ betekent (we mogen samen kiezen).
- Ik weet dat we in Nederland mogen stemmen op wie het land bestuurt.
- Ik weet wat het woord ‘mening’ betekent.
- Ik weet dat iedereen een andere mening mag hebben.
- Ik vind het belangrijk dat iedereen mag meepraten.
- Ik vind het oké als iemand een andere mening heeft dan ik.
- Ik durf mijn mening te geven in de klas.
- Ik vind het belangrijk om naar iemand met een andere mening te luisteren.
- Schrijf op: wat is jouw mening over een vraag die in jouw klas wel eens speelt (bijv. pauze, regels)? Waarom denk je zo?
- Vertel: hoe doen jullie in de klas als jullie samen iets moeten kiezen?
- Wat vond je van deze vragen? (bijv.: makkelijk, moeilijk, leuk, saai)
- Waar wil je meer over leren?
Lees vragen indien nodig voor of laat zelfstandig invullen. De open vragen mogen kort en in eigen woorden worden beantwoord.
- Ik weet wat het woord ‘democratie’ betekent.
- Ik weet dat we in Nederland mogen stemmen op politieke partijen.
- Ik weet wat het verschil is tussen een feit en een mening.
- Ik ken de basiswaarden van Nederland: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit (zorgen voor elkaar).
- Ik weet dat iedereen het recht heeft om zijn mening te uiten, zolang het anderen niet beschadigt.
- Ik vind het belangrijk dat iedereen mag meepraten.
- Ik vind het belangrijk om mijn mening te kunnen onderbouwen met argumenten.
- Ik kan luisteren naar iemand die een andere mening heeft dan ik.
- Ik vind het belangrijk om verschillende kanten van een onderwerp te bekijken voordat ik een mening vorm.
- Ik laat anderen uitpraten, ook als ik het er niet mee eens ben.
- Kies een onderwerp waar jij een mening over hebt. Schrijf op: wat is jouw mening en geef twee argumenten waarom.
- Beschrijf: bedenk een argument vóór en een argument tegen het volgende: ‘alle kinderen op school moeten elke dag verplicht buiten spelen’.
- Wat vond je van deze vragen? (bijv.: makkelijk, moeilijk, leuk, saai)
- Waar wil je meer over leren?
Lees iedere vraag rustig voor. Geef leerlingen tijd om na te denken. Vraagonderdelen mogen ook mondeling worden afgenomen als dat helpt.
- Ik weet dat er organisaties zijn die mensen helpen (bijv. de voedselbank).
- Ik weet wat een vrijwilliger is (iemand die helpt zonder ervoor betaald te worden).
- Ik weet hoe ik iets kan doen om mijn klas of school fijner te maken.
- Ik weet dat we samen kunnen zorgen voor onze omgeving (school, buurt).
- Ik vind het belangrijk om anderen te helpen.
- Ik wil graag iets doen voor mijn klas of school.
- Ik vind het leuk om samen met anderen iets te organiseren.
- Ik vind dat ik zelf ook iets kan bijdragen aan een fijne omgeving.
- Bedenk: wat zou jij willen verbeteren op school of in de klas? Schrijf één idee op.
- Schrijf op: wanneer heb jij iemand geholpen? Wat deed je en hoe ging het?
- Wat vond je van deze vragen? (bijv.: makkelijk, moeilijk, leuk, saai)
- Waar wil je meer over leren?
Lees vragen indien nodig voor of laat zelfstandig invullen. De open vragen mogen kort en in eigen woorden worden beantwoord.
- Ik weet wat de leerlingenraad doet bij ons op school.
- Ik weet hoe ik invloed kan hebben op iets dat in mijn klas of op school speelt.
- Ik weet dat er organisaties zijn die zich inzetten voor anderen (bijv. Rode Kruis, Kinderpostzegels).
- Ik weet wat een vrijwilliger is.
- Ik weet hoe je een plan kunt maken voor een actie (bijv. een doel, taken verdelen, planning).
- Ik vind het belangrijk om iets te doen voor anderen of voor mijn omgeving.
- Ik wil graag meedenken over wat er op school gebeurt.
- Ik durf het op te nemen voor iemand die hulp nodig heeft.
- Ik vind dat ik zelf invloed kan hebben op mijn school of buurt.
- Ik vind het belangrijk om samen te werken aan iets dat goed is voor iedereen.
- Bedenk een actie of project voor jouw school of buurt. Schrijf op: wat is het doel, en welke twee stappen zou je als eerste zetten?
- Beschrijf: een leerling op school heeft een idee om iets te veranderen. Hoe kan hij/zij ervoor zorgen dat dit idee gehoord wordt?
- Wat vond je van deze vragen? (bijv.: makkelijk, moeilijk, leuk, saai)
- Waar wil je meer over leren?
- Begrijpen de leerlingen de vragen? Met name uitlegtussenzinnen (zoals ‘mogen meepraten’ bij inspraak) zijn aanpasbaar.
- Zijn er termen die voor jullie populatie alsnog te abstract zijn en concreter mogen?
- Welke leerlingen krijgen de middenbouw-versie, welke de bovenbouw-versie?
- Hoe gaan jullie de open vragen verwerken: schriftelijk, mondeling, of beide?
- Vragen mogen altijd worden voorgelezen — dit is geen leestoets.
- Leerlingen mogen aangeven dat ze een vraag niet begrijpen; een korte toelichting is dan geoorloofd.
- De monitor is geen rapportcijfer; resultaten zijn op groepsniveau bedoeld om het onderwijs aan te scherpen.
- Resultaten worden op groepsniveau verwerkt door het datateam (conform beleidsplan).
- Per thema wordt bekeken of de doelen worden behaald en welke acties nodig zijn.
- Bevindingen worden teruggekoppeld aan de klas (waar gepast) en aan de leerlingenraad.
- Taalniveau — kunnen de leerlingen de vragen begrijpen?
- Herkenbaarheid — passen de vragen bij wat er in de klas en op school speelt?
- Volledigheid — missen er onderwerpen die wel in het beleidsplan staan?
- Praktische haalbaarheid — lukt afname binnen tien tot vijftien minuten?
Op basis van de feedback wordt de monitor aangepast en daarna in Fluent Forms (WordPress) geprogrammeerd. De eerste afname is voorzien in juni 2026.
LesSpiegel® – Helpdesk: 0475 57 57 93 – [email protected]